Interview in De Jonge Specialist                                                                                                                                     Maart 2018
“Tijd voor een transitie in de zorg. Changing the game… Yes, we can!”

“…Mijn ambitie is om niet alleen een goede KNO-arts te worden, maar me ook te professionaliseren als coach voor collega-artsen. Als coach en peer supporter ondersteun ik artsen die een calamiteit of ernstige complicatie meemaken, of iets wat ze zelf ervaren als een fout. Vaak worstelen ze met iets waarbij ze zich niet vrij voelen om hierover te praten op de werkvloer. Belemmeringen hierin zijn hiërarchische verhoudingen, de hoge werkdruk en gevoelens als schaamte, (zelf)verwijt, wanhoop en angst.

Zeker als jonge arts ben je bezig met het leren van het vak, het accent ligt op praktische zaken, zoals vlot poli draaien, goed opereren en je briefje halen. Kortom, je leert te voldoen aan de heersende norm. Dit gaat ten koste van je autonomie, je eigen initiatief en je authenticiteit. In de lokale cultuur wordt initiatief niet altijd gewaardeerd en is er – behalve voor alles waarin je nog moet groeien als aanstaand praktiserend specialist – weinig aandacht voor jouw eigen talenten en hoe jij de vakgroep of de patiëntenzorg naar een hoger niveau zou kunnen tillen. Ondanks termen als ‘leiderschap’ en ‘individualisering van de opleiding’ wordt bij een AIOS vaak makkelijker tijd gecreëerd voor het ‘wat’ in plaats van voor het ‘wie’ of het ‘hoe’.

Ik denk bijvoorbeeld aan een recent gestarte collega A(N)IOS die in de nachtdienst een patiënt verliest van zijn of haar eigen leeftijd, en tijdens de ochtendoverdracht aangeslagen is. Geven we dan een schouderklopje en lopen we door naar onze poli/OK, of staan we even stil om te vragen hoe het écht gaat? Weet jij van je collega of hij of zij een maand later nog wel eens aan een ernstige complicatie denkt, of erger nog, daarvan wakker ligt? Nemen we de ruimte om te bespreken of er iets anders of beter had kunnen gaan, en of iemand misschien iets nodig heeft? Idealiter zou er een sfeer moeten heersen waarin kwetsbaarheid, onderlinge betrokkenheid, laagdrempelig overleg en geweldloze communicatie een sleutelrol vervullen. Ik streef naar een toekomstige artsencultuur waarin tijd en ruimte nemen voor elkaar een vanzelfsprekend onderdeel is van onze medische professionaliteit…”

Interview dokters op hakken                                                                                                                                                          oktober 2019

 

Wist je altijd al dat je dokter wilde worden?

Mijn moeder is huisarts en zodoende ben ik van jongs af aan met het artsen vak in aanraking gekomen. Als oudste dochter van ons gezin ben ik opgegroeid met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Vanuit de behoefte om een verschil te maken, klein of groot, ben ik Geneeskunde gaan studeren. Na de middelbare school werd ik uitgeloot en heb ik een pre-medical traject gevolgd in Dartmouth, Amerika. De mentaliteit van ‘If you put your mind to it, anything is possible’ werkte voor mij heel aanstekelijk. Het jaar daarna werd ik ingeloot voor de Geneeskunde opleiding in Groningen.

Wat vond je van de Geneeskunde studie?

Het probleemgestuurd onderwijs zoals dat in Groningen wordt gegeven vond ik een effectieve en leuke manier van studeren. Toen mijn oom tijdens mijn opleiding overleed ten gevolge van een medische fout werd ik geconfronteerd met een andere kant van het vak. Even heb ik me bevreesd gevoeld. Stel je voor dat ik een dergelijke inschattingsfout zou maken en dat het een leven kost? In de studie is daar denk ik te weinig aandacht voor.

“We leren hoe we een ziekte al dan niet kunnen genezen, over de bejegening van de mens achter de ziekte, maar we leren weinig over hoe je omgaat met een complicatie of een overlijden.”

In die periode heb ik een mentor benaderd en gevraagd hoe hij daarmee om gaat. Die gesprekken hebben mij geholpen om met vertrouwen mijn studie af te ronden. 

Tegenwoordig mag het gelukkig steeds meer uitgesproken worden dat je werk je raakt. Het betekent immers dat je een betrokken dokter bent. Dat mag je een patiënt laten voelen en we mogen elkaar als artsen onderling ook meer steunen. Helaas gaat namelijk niet altijd alles goed, hoe graag je dat ook zou willen. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. En als dat gebeurt, wil je er niet alleen voor staan, maar juist ruggespraak vinden en kunnen delen dat dat impact op je heeft. Volgens mij is het niet de bedoeling dat je in de loop van je carrière een steeds zwaarder figuurlijk rugzakje gaat dragen. Daarom sta ik achter initiatieven zoals het Foutenfestival van de Jonge Dokter.

Wist je tijdens je opleiding al dat je KNO-arts wilde worden?

Ik ben een doener en een denker, en ambieerde een chirurgisch vakgebied. KNO sprong er uit omdat het technisch uitdagend is en patiënten van jong tot oud biedt, van weinig tot ernstig ziek. Veel zintuiglijke functies komen terug in mijn vak; ruiken, proeven, zien, spreken, horen en het evenwicht. Dit maakt het heel gevarieerd. Er zijn maar weinig KNO ANIOS plekken, dus na mijn opleiding ben ik eerst als ANIOS chirurgie aan de slag gegaan. Destijds heb ik wel gesolliciteerd voor de KNO, maar de professor zei dat ik nog te weinig wetenschappelijke bagage had en adviseerde me om te promoveren. 

Al zoekend naar wat me aansprak, werd ik getriggerd door een promotie-traject over obesitas in een grote chirurgisch georiënteerde onderzoeksgroep. Dat was weliswaar niet erg KNO-gerelateerd, maar wel een actueel, breed gedragen onderwerp. Wereldwijd is de prevalentie van obesitas de laatste drie decennia meer dan verdrievoudigd. Ruim de helft van de Nederlanders heeft inmiddels overgewicht. We leven tijdens de grootste epidemie aller tijden. Het maatschappelijke belang is gigantisch en ik kon voor mijn gevoel echt een bijdrage leveren. Mijn onderzoekstraject duurde vier jaar en omvatte onder andere poliklinische werkzaamheden, laboratoriumwerk en wetenschappelijk schrijven.

Wat was het meest bijzondere moment tijdens je promotietraject?

In 2012 was ik in India om een presentatie te geven op een wetenschappelijk congres en heb ik de Dalai Lama ontmoet. Hij kwam binnen in zijn oranje gewaad en er ging een golf van respect en ontzag door de zaal. Hij vertelde over zijn levensmissie en zijn eigen ervaringen met de medische zorg. Voorafgaand aan deze ontmoeting mochten we een vraag voor hem opschrijven en mijn vraag werd uitgekozen. Die luidde: “Hoe kunnen wij als artsen een bijdrage leveren aan uw missie?” 

Het antwoord van de Dalai Lama ben ik nooit vergeten: “The most pivotal thing is that you as doctors take care of yourself first, just as well as you wish to take care of your patients.”

Na je promotie wilde je nog steeds heel graag KNO arts worden.

Ja, klopt. Na mijn verdediging ben ik met mijn boekje onder de arm teruggegaan naar de eerder genoemde professor KNO en heb gevraagd naar de mogelijkheden. Hij adviseerde me om opnieuw mee te solliciteren en toen ben ik wel aangenomen.

Naast de KNO heb ik een brede interesse. Zo heb ik me verdiept in leiderschap en management in de zorg dankzij de ‘Medical Business Mastclass’ en voor ‘Doctor meets Director’ mocht ik meegelopen met Ernst Kuipers, Voorzitter van de Raad van Bestuur van het ErasmusMC. Via de Jonge Specialist en de VVAA nam ik deel aan het jaarprogramma ‘Gamechangers in Health’. Op dit moment zit ik in een nationale denktank getiteld ‘Medical Mavericks’ met bevlogen zorgprofessionals die brainstormen over toepasbare verbeteringen in de zorg. Dat soort initiatieven werken voor mij heel inspirerend en geven me handvatten om een betere dokter te worden.

In dezelfde periode ben je ook begonnen met coaching, wat is hiervoor de reden geweest?

Als AIOS zag ik bij vrienden en collega’s dat er schroom was om te praten over indrukwekkende gebeurtenissen op het werk en om toe te geven dat je af en toe even uit het lood geslagen kan zijn. Dit was aanleiding voor mij om de cursus peer-support van Jo Shapiro te gaan volgen. Hierna ben ik als peer-supporter aan de slag gegaan voor de Nederlandse vereniging van KNO artsen en discipline overstijgend in het ziekenhuis.

Het artsen vak is een baan die veel met je doet en het is belangrijk om mentaal en fysiek gezond te blijven, om tegenslag aan te kunnen en alle ballen in de lucht te houden. Ze zeggen vaak dat je in relaties eerst van jezelf moet houden voordat je goed van een ander kan houden. Voor artsen geldt mijns inziens dat zelfzorg een belangrijke voorwaarde is om je vak goed uit te oefenen.

Je was in het UMCU werkzaam toen de afdeling KNO door de Inspectie van de Gezondheidszorg een half jaar onder verscherpt toezicht werd gesteld nadat er fatale incidenten niet waren gemeld. Hoe was dat? 

Dat is voor alle betrokkenen; patiënten, verpleging, stafleden en ook voor alle AIOS, een hele moeilijke tijd geweest. Terwijl je leert en hard werkt voel je je kwetsbaar doordat je afdeling en het ziekenhuis negatief worden geëtaleerd in de media. We werden persoonlijk benaderd door de pers, zonder dat we een weerwoord mochten of konden geven. Voor mij persoonlijk was het een intensieve periode. Daar waar ik inhoudelijk met mijn opleiding bezig wilde zijn, ging er veel tijd en negatieve aandacht zitten in vergaderingen, rapporten lezen, gesprekken met de Inspectie en de Raad van Bestuur. Het is een periode waar ik niet graag aan terug denk, maar er is een cultuurverandering in gang gezet die denk ik wel nodig was en ik heb er veel van geleerd.

In die tijd ben ik een cursus gaan volgen over geweldloos communiceren. Enerzijds wilde ik dat kunnen benoemen wat ter tafel moest komen zonder collega’s en mezelf tekort te doen, anderzijds wilde ik anderen niet tegen me in het harnas jagen bij het brengen van een negatieve boodschap. Al met al heeft het mijn carrière verder richting de coaching gebracht. 

Wat is je huidige baan?

Sinds vorig jaar en tot 1 januari 2020 ben ik Fellow in het St. Antonius ziekenhuis; een soort chef-de-clinique functie waarbij ik 4 dagen werk en mijn 5e ‘vrije’ dag mee opereer met collega’s. De overgang van AIOS naar specialist voelde voor mij heel fijn, het zorgt voor meer autonomie in de spreekkamer. Tegelijkertijd biedt deze huidige constructie me de mogelijkheid om met ervaren collega’s te opereren en zo verdiep ik me in een deelgebied van de KNO. Voor mij is de essentie van het leven: ‘a lifelong learning’, en dit creëer ik ook bewust. Als je laat zien dat je bereid bent om een stap extra te doen, krijg je daar vaak ook veel voor terug.

Welke verschillen zie jij op de werkvloer tussen mannen en vrouwen?

Vrouwelijk leiderschap gaat volgens mij over een balans vinden. Een voorkomen waarbij je enerzijds niet te sterk, en anderzijds een niet te meegaand wil zijn. In die smalle bandbreedte probeer ik mijn professionaliteit en mijn empathie te tonen. Daar waar nodig, wil ik zakelijk kunnen zijn en mijn warme karakter behouden. Over het algemeen onderhandelen vrouwen minder pittig, doen we relatief minder aan zelfpromotie, en als iets niet goed gaat zoeken we eerst een antwoord bij onszelf. Dat is natuurlijk heel gechargeerd, maar belangrijk om je bewust van te zijn. Ik probeer zelfkritisch te zijn zonder mezelf tekort te doen. 

Wat zijn jouw ambities voor de toekomst?

Ik heb drie pijlers. Als eerste wil ik mij verder bekwamen als medisch specialist, daarnaast wil ik mijn eigen bedrijf ‘Zorg voor de dokter’ verder uitbouwen en mijn laatste doel is om een bijdrage te leveren aan cultuurveranderingen in de zorg. 

‘Zorg voor de dokter’ is ontstaan vanuit mijn wens om een plek te creëren waar elke collega kan aankloppen voor reflectie, aandacht, rust en ruimte. Met mijn bedrijf creëer ik een veilige setting om te bespreken waarom je uit het lood geslagen bent, om dan samen een strategie uit te zetten hoe je weer in je kracht kan komen te staan. Meestal kloppen collega’s aan die net een calamiteit of privé iets vervelends hebben meegemaakt. Het zijn vaak korte coaching trajecten van ongeveer drie gesprekken.

Wat doe jij om te ontspannen?

In de ochtend begin ik met yoga en in de avond doe ik een dankbaarheidsmeditatie. Daarnaast ga ik graag de natuur in, sport ik of plan ik een saunadag.

Wat is je tip voor jonge dokters?

Jaren geleden heb ik mezelf beloofd dat ik 10% van mijn jaarsalaris mag steken in persoonlijke ontwikkeling en dat bevalt me uitstekend. Zo heb ik net deelgenomen aan de cursus ‘Speak up dear’, een inspirerende cursus voor vrouwelijke medisch specialisten, met als doel ze meer en beter te laten spreken. Ik kan het iedereen aanraden om te blijven leren en jezelf uit te dagen!