Mijn eed en jouw moeder

Het is vrijdagavond en ik heb dienst. Ik zou jou kunnen ontmoeten op de spoedeisende hulp, bijvoorbeeld omdat je moeder daar onverwacht naartoe gebracht wordt met de ambulance…

 

Mijn eed

Ik beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen. Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten. Ik zal geheimhouden wat mij is toevertrouwd. Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.

 

Jouw moeder

Het is half 11 ‘s avonds en ik rijd met gierende banden naar onze drukke spoedeisende hulp vanwege jouw moeder. De secretaresse van de spoedeisende hulp heeft mij zojuist gebeld dat je moeder onderweg is in de ambulance, ze is Spaans benauwd.

Vlak voordat je moeder arriveerde op de spoedeisende hulp heb ik me kort in kunnen lezen in haar medische verleden (eerdere huisartsenbrieven, opnames, operaties etc). Logischerwijs heeft ze een lange lijst pillen en poeders. De verpleegkundige en ik staan klaar om haar op te vangen. Samen met het ambulancepersoneel tillen we haar over naar het ziekenhuisbed. We geven haar zuurstof om haar te ondersteunen, er wordt bloed geprikt en een longfoto gemaakt. Ik kijk met een klein cameraatje achter in haar keel naar haar stemband en haar luchtpijp, voeg de puzzelstukjes in elkaar en vermoed wat er aan de hand is. Ze is ziek, heel ernstig ziek.

 

Snelheid en betrokkenheid

Jij scheurt in je auto naar het ziekenhuis en onderweg er schiet van alles door je heen. Je lieve moeder is 89 jaar en was tot een paar jaar geleden redelijk vitaal. Je zou haar nog steeds haar ware leeftijd niet geven, maar haar geheugen gaat de laatste jaren achteruit en haar mobiliteit en zelfstandigheid wordt steeds meer beperkt. Net nadat we geconstateerd hebben wat er aan de hand is kom jij het kamertje op de spoedeisende hulp binnen waar je moeder ligt. Je ziet haar in deze benarde situatie in bed liggen en snelt naar haar toe. Je moeder is echt heel ziek. Het eerste wat door je heen schiet is dat je bang bent om haar te verliezen.

 

Aangenaam kennis te maken. En nu?

We schudden elkaar de hand. Ook ik maak me zorgen. Je kan het aflezen aan mijn gezichtsuitdrukking. We gaan even zitten en ik informeer je over de bevindingen. Ons gesprek gaat verder over hoe we haar moeten behandelen.

 

Eén scenario zou zijn, als zij, jij en ik geluk hebben, dat ze ondanks haar huidige benarde conditie nog steeds helder en alert is en ze ons kan vertellen wat ze nog wel en niet meer wil.

Een ander scenario zou zijn, dat je hier eerder met je moeder over gesproken hebt en dat je precies weet hoe ze hierin staat. Jij kan mij precies vertellen wat ze nog wel en wat ze niet meer wil, en hoe we zoveel mogelijk aan haar wensen tegemoet kunnen komen.

Leven doe je op je eigen manier. En doodgaan wat mij betreft ook.

Helaas is een scenario dat veel vaker voorkomt dat ze aan het vechten is en te ziek om zelf nog te praten. In dit scenario hebben je moeder en jij nooit gesproken over ‘het einde’ of over wat ze nog wel of niet zou willen. Het is een beladen onderwerp. Dus het is aan ons samen om op dit moment te kiezen tussen zo proactief mogelijk of zo min mogelijk belastend behandelen. Willen we nog scans maken, eventuele mogelijke operaties bespreken of andere mogelijkheden zoals bestraling, of antibiotica, anti-inflammatoire medicatie en pijnstilling? Misschien is een luchtpijpsnede nodig als ze nog benauwder wordt. Zou je moeder eigenlijk überhaupt nog wel een opname in het ziekenhuis hebben gewild? En als ze nog verder achteruit gaat, moet ze dan nog naar de Intensive Care?

 

Voor ons beiden moeilijk

Ik weet dat dit voor ons beiden moeilijk is, maar het beste is toch dat we samen dit gesprek nu aangaan. Er is niets vervelender dan dat we met alle goede intenties straks jouw lieftallige 89-jarige, voormalig vitale moeder diep in de nacht bewusteloos en onaanspreekbaar aantreffen op de afdeling, om haar dan naar een intensive care te moeten brengen waar ze nog weken aan de slangen en buizen kan liggen zonder perspectief. En dat terwijl ze zelf misschien wel nooit-van-ze-lang-zal-ze-leven überhaupt nog naar een ziekenhuis had gewild. Dus we moeten hier nu toch over praten.

 

Dankzij de medische vooruitgang is er steeds meer mogelijk, en kunnen we mensen langer in leven houden. We kunnen je moeder ‘oplijnen’ en vloeistoffen, voeding en medicatie via haar bloedvaten toedienen. Als haar hart zou stoppen met kloppen, kunnen we haar reanimeren. Dat vereist dat ik fors druk zet op haar borstbeen en ribbenkast om haar bloed effectief terug naar haar hart te pompen. Als het nodig zou zijn kunnen we haar met een buisje in haar luchtpijn aan een machine leggen en die voor haar laten ademen. Als haar nieren zouden falen kan ze aan een machine gekoppeld worden die de gifstoffen uit haar bloed filtert.

En als het hier niet om je moeder van 89 jaar oud zou gaan maar om een kind, dan doen we dat ook. Maar er zijn ook momenten dat iemand misschien meer gebaat is bij zorg en aandacht voor het hoe, en in aanwezigheid van wie, in plaats van het wat, en of dat nog behandeld moet worden. Kortom er zijn ook momenten dat ik me voor kan stellen dat iemand naasten meer dan medische ondersteuning nodig heeft, omdat de kans op herstel klein is en de kans op verlengd lijden groot. Op zo’n moment is een opname op de Intensive Care misschien niet meer aangewezen.

 

Wat is het beste?

Let wel, ik heb geen oordeel over haar of jou, ik ben betrokken bij mijn patiënten. Ik wil het beste voor haar. Maar het beste willen is niet altijd hetzelfde als medisch het maximale uit de kast trekken. Of misschien moet ik het anders zeggen. Voor je moeder kan medisch het best mogelijke wel eens een eenpersoonskamer zijn waarbij we haar medicamenteus ondersteunen en luisteren naar hoe ze zich voelt. Dat betekent soms dat we afscheid zullen moeten gaan nemen. En omdat elke patiënt anders is, zal jij me vanavond moeten vertellen over wie je moeder is en over wat ze nog wel en niet meer wil. Zodat we samen voor haar het beste kunnen doen, wat dat ook moge zijn.

Die beslissing drukt op je. Je vertelt dat ze geen pijn wil, geen benauwdheid. Ze wil geen ongemak meer. Dat begrijp ik, überhaupt, maar kijkend naar haar begrijpen we allebei heel erg goed wat je bedoelt. Je vraagt of we haar symptomen kunnen verlichten, en je wil haar niet alleen laten. Je wil dat er voor haar gezorgd wordt en dat er meteen iemand aan haar bed staat als er iets is. We begrijpen elkaar.

 

Worstelen en het aangaan

Kiezen voor een minder rigoureuze medische behandeling is voor veel artsen lastig omdat we dingen graag willen oplossen. We houden van aanpakken en genezen, we zijn gericht op proactief handelen, en worstelen met accepteren dat we het soms niet weten en het soms niet kunnen. Maar dat de dood een keer komt, dat is bij oudere, verzwakte mensen heel natuurlijk. We leven niet voor eeuwig en een vreedzame dood in aanwezigheid van familie is onbetaalbaar. Sterker nog, een goede of acceptabele dood is misschien wel minstens zo belangrijk als een succesvolle reanimatie.

Kortom, ik begrijp dat de dag dat ik je ontmoet op de eerste hulp waarschijnlijk een van de slechtste dagen van je leven zal zijn. Ik denk alleen wel dat als je dit vraagstuk al eens met je moeder besproken hebt, die dag wel eens een stuk minder angstig zou kunnen verlopen. Zeker als je weet dat we de wensen van je moeder kunnen en zullen respecteren. En ik zou je willen vragen, als de wensen van je familie nog nooit benoemd zijn, of je dat gesprek toch niet een keer aan zou willen gaan. Liefst voordat ik je ontmoet op de eerste hulp.